|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
INTERNATIONALE SKIFEDERATIE (FIS) |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
De foto's op deze pagina kun je ook vergroot weergeven. Klik op de foto van je keuze om de foto in een apart venster groot te kunnen bekijken.
1.1. Rolski-wedstrijden zijn wedstrijden die op asfalt of soortgelijke wegverharding worden gehouden.
1.2.1 De te gebruiken
rolski's dienen afkomstig te zijn uit een commerciële productie en als
zodanig als merkartikelen in de handel verkrijgbaar. 1.2.2 De afstand tussen de vóór- en achterwielen dient van as tot as gemeten tenminste 53 cm te bedragen. 1.2.3 De diameter van de wielen mag niet groter dan 100 mm zijn. 1.2.4 De Sub-Commissie Rolskiën is bevoegd tot het vaststellen van alle andere eisen waaraan de rolski's verder nog dienen te voldoen. 1.3 De algemene regels die gelden voor langlauf-wedstrijden zijn ook van toetoepassing bij rolski-wedstrijden
2.1 Wedstrijden voor individuele deelnemers 2.1.1 Jeugd Jongens: niet ouder dan 18 jaar in het jaar waarin de wedstrijd wordt gehouden 2.1.2 Jeugd Meisjes: niet ouder dan 18 jaar in het jaar waarin de wedstrijd wordt gehouden. 2.1.3 Junioren Heren: niet ouder dan 20 jaar in het jaar waarin de wedstrijd wordt gehouden 2.1.4 Junioren Dames: niet ouder dan 20 jaar in het jaar waarin de wedstrijd wordt gehouden. 2.1.5 Senioren Heren: met een leeftijd van tenminste 21 jaar in het jaar waarin de wedstrijd wordt gehouden. 2.1.6 Senioren Dames: met een leeftijd van tenminste 21 jaar in het jaar waarin de wedstrijd wordt gehouden 2.1.7 Masters I: met een leeftijd van tenminste 41 jaar in het jaar waarin de wedstrijd wordt gehouden. 2.1.8 Masters II: met een leeftijd van tenminste 51 jaar in het jaar waarin de wedstrijd wordt gehouden. 2.1.9 In alle wedstrijden kunnen atleten uit het Jeugd- en Junioren-Klassement desgewenst ook deelnemen in de groep van een aansluitende hogere leeftijds-categorie. 2.1.10 De wedstrijdleider heeft het recht om de juistheid van de leeftijdsgroep aan de hand van identiteitspapieren te controleren.
2.3 Team-wedstrijden:
2.4 Stayeren (= in de windschaduw van een voorganger blijven rollen) is, met uitzondering van bij een massa-start, of bij een achtervolgings-start, niet geoorloofd. 2.4.1 Op een circuit
van 2 km dienen ten minste 4 controle-posten te worden ingericht. Indien
een atleet of een team bij drie opeenvolgende posten op minder dan
10 meter achter een andere atleet of voorliggend team blijft rollen
wordt deze overtreding kenbaar gemaakt door het zwaaien met een rode
vlag. Indien voor een individuele deelnemer of een team drie keer met
een rode vlag is gezwaaid beslist de jury over een eventuele diskwalificatie.
3. KAMPIOENSCHAPPEN
Voor individuele deelnemers: sprintwedstrijden en wedstrijden op een vlak dan wel heuvelachtig circuit of stijgend berg-traject. Voor team-deelnemers: estafette-wedstrijd voor 3 atleten en team-wedstrijden voor maximaal 4 personen op een vlak parcours. 3.1.2 Categorieën:
3.1.3 Per land kan slechts één estafette-team en één wedstrijd-team in iedere categorie deelnemen. 3.1.4 Bij de individuele wedstrijden mogen per land in iedere categorie 4 atleten deelnemen. De Dames- en Heren-Kampioen van het voorgaande jaar mogen eventueel als 5e deelnemer van hun land in een bepaalde categorie deelnemen. 3.2 De eerste drie individuele deelnemers en de de eerste van de deelnemende teams uit iedere categorie worden met een FIS-medaille beloond.
3.3
Europees
Kampioenschap
4.1 Individuele
deelname met achtervolgings-starts 4.2 Wedstrijden
op een stijgend berg-traject 4.3 Estafette-wedstrijden 4.4 Team-wedstrijden
5.1.1 Algemene bepalingen 5.1.2 Alleen deelnemers die door hun nationale ski-organisatie als zodanig zijn aangewezen tellen mee in de klassering van de FIS-.competitie. 5.1.3. In het klassement van de Individuele- en de Landen Cup kunnen voor ieder land slechts de resultaten van het hierna te noemen aantal deelnemers meetellen, t.w. 5 Jeugd Jongens, 5 Jeugd Meisjes, 5 Junioren Heren, 5 Junioren Dames, 10 Senioren Heren, 5 Senioren Dames, 5 Masters I en 5 Masters II. 5.1.4 Voor het opmaken van het klassement wordt gebruik gemaakt van het FIS WereldCup-puntensysteem. 5.1.5 Één van de te organiseren FIS WereldCup wedstrijden geldt overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.3 voor de Jeugd- en Master-categorieën en voor de categorieën Senioren Dames/Heren tevens als het Europees Kampioenschap Rolskiën.
5.2.1 Alle wedstrijden van de WereldCup, inclusief de estafette- en team-wedstrijden, tellen mee voor de LandenCup 5.2.2 Twee atleten per categorie tellen voor ieder land mee voor het klassement van de LandenCup, met uitzondering van de Master-categorieën, die ieder slechts met één deelnemer hierin vertegenwoordigd zijn.
6.1 Het dragen van helmen en sportbrillen is verplicht bij de officiële trainingen en gedurende de wedstrijden. 6.2 De atleten van ieder land dienen helmen en kleding te dragen die herkenbaar zijn als hun nationale kleuren. 6.3 Helmen, kleding, sportbrillen en rolski's worden voor de start in het finish-gebied gecontroleerd. Zonder een van die verplichte uitrustingsstukken of met een afwijkende uitvoering daarvan kan er niet aan de wedstrijd worden deelgenomen. 6.4 Het tijdens de wedstrijd wisselen van stokken en rolski's is toegestaan. 6.5 Lengte van de rolski's en wieldiameters moet in het start- en finishgebied steekproefsgewijze gecontroleerd worden. 6.6. Schoenen dienen met een langlaufbinding aan de rolski's bevestigd te worden.
7.1 Het parcours dient voor al het overige verkeer afgezet te zijn. Er mogen voor de atleten geen gevaarlijke elementen in voorkomen. 7.2 Het parcours dient tenminste 4 meter breed te zijn en minimaal een lengte van 2 kilometer hebben. In de afdaling dienen zich bij voorkeur geen bochten te bevinden. Gevaarlijke objecten direct buiten het parcours dienen met beschermend materiaal afgedekt te worden.
8.1 Plaatselijke overheden dienen toestemming tot het houden van de wedstrijd te hebben verleend. 8.2 De FIS dient voor het houden van de wedstrijd toestemming te hebben verleend. 8.3 De nationale ski-organisatie is belast met het toezicht op de organisatie van een wedstrijd, de uiteindelijke verantwoording ligt bij de Technische Commissie van de FIS.
8.4.1 De Technisch Gedelegeerde wordt door de Sub-Commissie Rolskiën aangesteld. 8.4.2 De wedstrijd-organisatiecommissie is verantwoordelijk voor de betaling van de reis- en verblijfskosten van de Technisch Gedelegeerde en van de Voorzitter van de Sub-commissie Rolskiën. 8.4.3 De Technisch Gedelegeerde inspecteert 2 maanden vóór de wedstrijd de parcoursen, de verblijven van de atleten en de plaatselijke omstandigheden. Aan de voorzitter van de Sub-Commissie Rolskiën wordt hierover rapport uitgebracht (zie art. 504.3 I.W.O.). 8.4.4 Na afloop van de wedstrijd moet de Technisch Gedelegeerde binnen 4 weken een door hem opgesteld rapport over het verloop van de wedstrijd aan de voorzitter van de Sub-Commissie Rolskiën toesturen.
8.5.1 Landen met een of meerdere van deze atleten kunnen aanspraak maken op vrije voeding en onderkomst voor een team-leider. 8.5.2 Voor alle andere deelnemers mogen de kosten voor voeding en onderkomen een bedrag van Zw. Frcs. 50,-- per persoon en per nacht niet te boven gaan. 8.6 Bij de FIS WereldCup-wedstrijden geldt de vergoeding als omschreven onder punt 8.5 voor de 10 beste Heren en de 10 beste mannen op de eindranglijst van de WerelCup-competitie van het voorgaande seizoen. 8.7 De organisatoren van een wedstrijd dienen in de communicatie en bij het bekend maken van de uitslagen tenminste gebruik te maken van één van de officiële FIS-talen (Engels, Frans of Duits).
9.1 Heuvelachtig parcours: individuele start met tussenpozen van 30 seconden zowel voor de start van de proloog als voor de achtervolging. 9.2 Stijgend bergtraject: groepen- of massa-start. 9.3 Bij massa-starts geldt een schaatsverbod voor de eerste 200 meter na de start. 9.4 Wisselzone bij estafette-wedstrijden: 50 meter; het parcours mag in de laatste 200 meter geen bocht bevatten; 100 meter voor de finishlijn moet het parcours door lijnen in tenminste drie gescheiden stroken te worden verdeeld die ieder minimaal 2 meter breed zijn. 9.5 De startvolgorde wordt voor ieder atleet bepaald naar aanleiding van het resultaat in de laatste FIS Cup-wedstrijd. 9.6 In geval van twijfel berust de beslissing bij de Technisch Gedelegeerde. 9.7 Bij massa- en achtervolgingsstarts moet de finish door tenminste 2 video-camera's worden vastgelegd. 9.8 Bij estafette-wedstrijden mogen de tweede en derde deelnemer uit een team pas starten op het moment dat de voorgaande binnen de wisselzone is aangekomen. 9.9 Behoudens bij de Sprint geldt voor een valse start een bij de eindtijd op te tellen straftijd van één minuut. Een tweede valse start bij de Sprint leidt tot diskwalificatie.
10.1 Bij alle internationale wedstrijden dient een bijeenkomst van de team-captains plaats te vinden waar ieder deelnemend land in vertegenwoordigd is. 10.2 De captains-meeting geldt als een informele bijeenkomst
11.1 De jury voor FIS Wereld Kampioenschappen is samengesteld uit de volgende functionarissen:
11.2 In andere WereldCup-wedstrijden bestaat de jury uit de FIS Technisch Gedelegeerde, de voorzitter van de Sub-commissie Rolskiën en de wedstrijdleider. 11.3 Diskwalificatie kan alleen geschieden op grond van een uitspraak van de jury. 11.4 Protesten tegen de gang van zaken tijdens de wedstrijd dienen binnen een kwartier na bekendmaking van de officieuse uitslag van de wedstrijd bij de jury kenbaar gemaakt te worden. Zij moeten door de team-captain worden ingediend onder gelijktijdige storting van een cautie ten bedrage van DEM 100,-- (of een gelijkwaardig bedrag in een andere muntsoort). Indien het protest wordt toegewezen wordt deze borgtocht terugbetaald.
12.1 Uitnodigingen, resp. deelnemingsvoorwaarden, dienen tenminste 6 weken voor de wedstrijddatum aan de nationale ski-organisaties te worden verzonden. De inschrijvingsprospectus dient alle van belang zijnde informatie over de wedstrijd te bevatten in zowel de engelse als duitse taal. 12.2 De lijst men namen van de atleten die namens een bepaalde nationale ski-organisatie deelnemen moet door de hiervoor verantwoordelijke vertegenwoordiger van het betreffende land 14 dagen voor de wedstrijd aan de organisatie van de wedstrijd worden toegezonden. 12.3 Het programma van de WereldCup-wedstrijden in een bepaald jaar wordt 2 jaar van tevoren in een vergadering van de Sub-Commissie Rolskiën vastgesteld.
13.1 Bij wedstrijden over een traject van meer dan 10 km kan de Technisch Gedelegeerde toestemming verlenen om per deelnemend land een auto of een motorfiets voor de begeleiding in te schakelen. Dit voertuig mag de deelnemers dan niet hinderen in hun bewegingen en op het parcours niet als een gevaarlijk opstakel worden opgesteld.
14.1 In geval van verschil van mening ten aanzien van de uitleg van bepaalde regels treedt de Technisch Gedelegeerde als scheidsrechter op.
Alle
foto's op deze pagina zijn beschikbaar gesteld door onze collega's van
www.skiroll.it. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
©
Nederlandse Rolski Vereniging, 2003
|