Wat kan er allemaal fout gaan
bij het dubbelstokken?
In onderstaande aanwijzingen
staan begrippen vermeld, die je wellicht niet bekend zijn. Deze staan
nader omschreven in onze begrippenlijst. Deze kun hier
downloaden. (Het betreft een PDF bestand met een grootte van 64Kb, dat
je kunt lezen met behulp van de gratis verkrijgbare Acrobat
Reader software.)
Volg
onderstaande hyperlinks naar mogelijke fouten bij het dubbelstokken.
Handen komen
vóór te hoog
Breng de stokken altijd met de punten laag boven de grond naar voren,
anders gaat bij een snelle stok-insteek
te veel kracht verloren. Het herhaalde schok-effekt kan bij overbelasting
een soort van "ski-arm" doen ontstaan. Zachtjes insteken en
dan snel doorhalen naar beneden en naar achteren, dat is de manier om
snelheid op te bouwen.
belast
De stok-hoek
is niet scherp genoeg
Alleen als de stokken schuin naar achteren wijzen kan de stok-insteek
in één doorgaande beweging overgaan in de trek-fase.
belast
Onvoldoende
hoeken
Het bovenlichaam dient aan het begin van de trek-fase vanuit de heup in
een horizontale stand te worden gebracht om het passeer-punt onder kniehoogte
te brengen. Vooral in het eerste gedeelte van deze buiging kan veel kracht
op de stokken worden overgebracht als de haakse hoek tussen opperarmen
en bovenlichaam gehandhaafd blijft.
belast
Te vroege inzet
van de zwaaibeweging naar achteren
Tot het bovenlichaam bijna horizontaal is ontstaat door hefboomwerking
van het hoeken voldoende trek-effekt naar achteren. Daarna heeft het pas
zin om vanuit de oksels de armen naar achteren te bewegen om het trek-effekt
te continueren.
belast
Te snel oprichten
van het bovenlichaam na het omkeer-moment
Door de krachtige afzet van de armen ontstaat kostbare snelheid die niet
door een verstoring van het evenwicht of door een teveel aan luchtweerstand
verloren mag gaan. Blijf dus eerst nog even in gebogen houding doorrollen
alvorens het bovenlichaam langzaam op te richten en de handen weer naar
voren te brengen.
belast
Handen vóór
te breed
Hoe dichter de handen vóór bij elkaar komen des te groter
wordt de trekkracht en hoe minder de kans op een verstoring van het evenwicht,
omdat er automatisch aan iedere stok even hard wordt getrokken als de
handen niet te ver gespreid zijn.
belast
Geen explosieve
arm-afzet
In de trek- en duw-fase behoren de handen vlot en met toenemende kracht
en snelheid naar achteren te bewegen om na een explosieve strekking van
de armen zelfs nog in het omkeerpunt naar boven door te zwaaien.
belast
Te snelle zwaai-fase
De van achteren komende handen blijven eerst, zolang het bovenlichaam
nog horizontaal wordt gehouden, nog even in het achterste omkeer-punt
hangen en komen dan met het oprichten van het bovenlichaam langzaam naar
voren, maar bereiken het voorste omkeer-punt niet voordat het bovenlichaam
weer schuin naar voren gericht is.
belast
Geen wisselend
passeer-punt
Het passeer-punt dient bij de achterwaartse zwaai onder en bij de voorwaartse
zwaai boven kniehoogte te liggen.
Klik op onderstaande
hyperlinks om meer te weten te komen over andere fouten.
Ook deze complete lijst
met aanwijzingen voor het verbeteren van de techniek kan worden gedownload.
(Het betreft een PDF bestand met een grootte van 341Kb, dat je kunt lezen
met behulp van de gratis verkrijgbare Acrobat
Reader software.)