In onderstaande aanwijzingen
staan begrippen vermeld, die je wellicht niet bekend zijn. Deze staan
nader omschreven in onze begrippenlijst. Deze kun hier
downloaden. (Het betreft een PDF bestand met een grootte van 64Kb, dat
je kunt lezen met behulp van de gratis verkrijgbare Acrobat
Reader software.)
Volg onderstaande
hyperlinks naar mogelijke fouten in de diagonale-gang.
Het afzet-been
komt te laat in actie
De afzet moet worden voorbereid met het inveren van het rol-been aan het
eind van de rol-fase.
belast
Het afzet-been
wordt te weinig belast
Verbeter de stand van het rol-been (= toekomstig afzet-been) door tenen-kijken.
De knie zover naar voren brengen dat alleen het teengedeelte van de schoen
nog zichtbaar is.
inveren
Onvoldoende
inveren
De buiging in beide knieën moet al beginnen bij het binnenkomen van
het zwaai-been in de pas-zone en heel kort een extra accent krijgen vlak
vóór het moment van de afzet.
laat
Te laat strekken
van het afzet-been
Het afzet-been moet zo snel mogelijk gestrekt worden om daarna gestrekt
verder naar achteren door te zwaaien.
onvoldoende
Onvoldoende
strekken van het afzet-been
Deze strekking behoort naar achteren explosief te verlopen in combinatie
met het omhoogbrengen van de heup door gelijktijdige strekking van het
rol-been. Bovenlichaam en uitgestrekt afzet-been moeten aan het eind van
de strekking één rechte lijn vormen.
opgooien
Te laat of niet
opgooien van het onderbeen
Als het gestrekte onderbeen direct achter de pas-zone niet omhoog gaat
wordt het onvoldoende belast.
anker
Te hoog opgooien
van het onderbeen
Het afzet-been moet na het maken van de afzet gestrekt blijven (dus niet
krommen) en het gaat ook helemaal gestrekt als zwaai-been terug naar de
pas-zone.
anker
Geen doorgaande
gang-wissel
Het zwaai-been dient in één doorgaande beweging de pas-zone
binnen te komen om daar als rol-been belast te worden.
anker
Te vroeg belasten
van het zwaai-been
De hak van het zwaai-been mag pas in de pas-zone weer op de draaglat geplaatst
worden. Te vroege belasting kan worden voorkomen door het zwaai-been vlak
vóór het binnenkomen in de pas-zone iets te buigen.
anker
Foutieve stand
van het rol-been
Zorg er voor dat de knie steeds in voorste positie is (tenen-kijken).
Na het moment waarop het rol-been belast wordt verandert haar stand niet
meer. Heup en bovenlichaam gaan bij de afzet dus mee naar voren. De ruimte
tussen de benen ontstaat door het naar achteren verplaatsen van het afzet-been.
anker
Foutieve richting
van het rol-been
De richting van het rol-been wordt door het sturen met de tenen bepaald
op het moment dat het zwaai-been (= toekomstig rol-been) de pas-zone binnenkomt.
anker
Onvolledig belasten
van het rol-been
Van het lichaamsgewicht neemt het rol-been in het afzet-moment 50% over
en het restant tijdens het strekken van het afzet-been. Van het lichaamsgewicht
rust 100% op het rol-been als het gestrekte afzet-been omhoog gaat en
dat blijft zo totdat het zwaai-been de pas-zone binnenkomt.
anker
Verstoring
van het evenwicht
Verstoring van
het evenwicht door te smal rollen
Tracht door bewust te sturen met de tenen aan het eind van de zwaai-fase
de rolski's steeds op heupbreedte te houden.
Verstoring van
het evenwicht door te veel bewegen van bovenlichaam
Wordt meestal veroorzaakt door te geringe afstand tussen de ski's (heupbreed
houden!). Maak de been-afzet vanuit de heup en duw niet met de romp. Zwaai
de armen meer vanuit de oksels en beweeg de schouders minder mee.
Verstoring van
het evenwicht door teveel rechtop staan
Houdt het bovenlichaam steeds schuin naar voren opdat het zwaartepunt
in de veilige-zone kan blijven. Vanuit deze houding kunnen de armen in
de duw-fase bovendien ook verder naar achteren worden doorgezwaaid.
Verstoring van
het evenwicht door een te grote pas naar voren
De paslengte wordt bepaald door de snelheid van belasten en komt overeen
met de afstand die het binnenkomende zwaai-been in de pas-zone aflegt
voordat het volledig belast wordt als rol-been (circa 10-20 cm). Komt
het afzet-been te laat of niet omhoog dan wordt het gewicht over twee
voeten verdeeld. De pas is dan te lang geworden.
Verstoring van
het evenwicht door te veel naar de wielen kijken
Hoe verder de blik naar voren wordt gericht des te gemakkelijker kan het
evenwicht worden bewaard.
Verstoring van
het evenwicht door te hard aan de stokken trekken
De stok-insteek behoort snel, maar met weinig kracht te gebeuren. Breng
de stok in de zwaai-fase met de punt naar achteren gericht en vlak boven
de grond naar voren. Zorg dat de stuwkracht van de arm-afzet met de beweging
naar achteren explosief oploopt.
anker
Minder
effekt van de arm-afzet
Minder effekt
van de arm-afzet door te korte stokken
Staande op de ski's moeten de stokken minimaal tot aan de oksel reiken.
Minder effekt
van de arm-afzet door onjuist gebruik van de lus
Voorkom lus-ruimte. Steek de hand bij het aandoen altijd van onderen door
de lus omhoog.
Minder effekt
van de arm-afzet door te hoog optillen van de stok vóór
Zorg er voor dat bij het maken van de stok-insteek de hand in het voorste
omkeer-punt zich niet boven schouderhoogte bevindt.
Minder effekt
van de arm-afzet door foutief geplaatste stok-insteek
Laat de stok-hoek altijd scherp zijn. Breng de stok in pink-steun met
de punt iets vóór de voet van het rol-been aan de grond.
Minder effekt
van de arm-afzet door te vroege stok-insteek
Maak eerst een been-afzet en daarna een stok-insteek. Kijkend naar beneden
zien wij eerst de knie van het rolbeen naar voren komen terwijl pas daarna
hoe de hand die de stok-insteek maakt zich in de richting van die knie
gaat bewegen (knie-stok zeggen en doen!).
Minder effekt van de arm-afzet omdat de hand niet omlaag gaat
Direkt na de stok-insteek de licht gebogen arm strekken en daarmee de
hand naar achteren en omlaag brengen naar het passeer-punt even boven
knie-hoogte.
Minder effekt
van de arm-afzet omdat de hand niet wordt geopend
In het passeer-punt gaat de trek-fase door het openen van de hand over
in de duw-fase. Gaat de hand niet open dan ontstaat een verlengde trek-fase
die even achter de heup eindigt. Een belangrijk deel van de arm-afzet,
n.l. de duw-fase, ontbreekt dan geheel.
Minder effekt
van de arm-afzet omdat het passeer-punt te hoog ligt
In dit geval wordt het bovenlichaam onvoldoende naar vorengebogen en de
arm niet direkt na de stok-insteek gestrekt in combinatie met een neergaande
beweging van de hand in achterwaartse richting. Te veel wordt van de stok
alleen de handgreep naar het lichaam toegetrokken.
Minder effekt
van de arm-afzet door een te brede stok-insteek
Als de stok-insteek wordt gemaakt moet u de hand in het voorste omkeer-punt
liever iets binnen dan buiten schouderbreedte plaatsen. Naarmate de stok-insteek
zich meer naar buiten verplaatst neemt de kracht die u in de trek-fase
kunt uitoefen af.
Minder effekt
van de arm-afzet door onvoldoende doorzwaaien
Vaak ontbreekt de hele duw-fase omdat de hand in het passeer-punt niet
wordt geopend. De duw-fase komt ook niet voldoende uit de verf als alle
kracht in de trek-fase wordt verbruikt. Teveel lus-ruimte veroorzaakt
een slappe eindzwaai.
Minder effekt
van de arm-afzet door ontbreken explosieve eindzwaai
In de duw-fase wordt de nagenoeg gestrekte afzet-arm vanuit het passeer-punt
naar achteren bewogen waarbij de arm eerst in het ellebooggewricht omhoog
buigt om zich daarna explosief naar achteren te strekken. De achterwaartse
kracht dient gedurende deze gecompliceerde buig- en strekbewegingen via
het schanier van de lus op de stok te worden overgebracht hetgeen voelbaar
moet zijn door het aanspannen van de lus tot in het moment dat de hand
in het achterste omkeer-punt aankomt en arm en stok in één
rechte lijn schuin naar achteren staan.
Minder effekt
van de arm-afzet door geen tegengestelde zwaaibeweging
Beide handen dienen op hetzelfde moment in het passeer-punt te zijn en
komen ook gelijktijdig in het achterste en voorste omkeer-punt aan.
anker
Minder
effekt van de afzet-arm
Minder effekt
van de afzet-arm door de stok te lang vóór te laten staan
De hand in het voorste omkeer-punt dient het veranderen van de zwaairichting,
de stok-insteek en het begin van de trek-fase in één doorgaande
beweging uit te voeren.
Minder effekt
van de afzet-arm door te weinig pinksteun
Zorg dat de stok schuin naar achteren blijft wijzen gedurende de het zwaai-fase
naar voren tot aan het moment van de stok-insteek.
Klik op onderstaande
hyperlinks om meer te weten te komen over andere fouten.
Ook deze complete
lijst met aanwijzingen voor het verbeteren van de techniek kan worden
gedownload.
(Het betreft een PDF bestand met een grootte van 341Kb, dat je kunt lezen
met behulp van de gratis verkrijgbare Acrobat
Reader software.)